Voorouders in de Paardenkathedraal

Door de ziekte van mijn moeder, die wel als het geheugen van de familie wordt beschouwd, ben ik momenteel veel bezig met voorouders. Mijn wens is om tot 7 generaties terug mijn direkte voorouders min of meer te kennen. Inclusievoorouders.jpgf je eigen ouders zijn dat onder gewone omstandigheden 256 mensen, dus best een meute (zie plaatje). In de praktijk werd er soms wel eens binnen de familie getrouwd dus in een enkel geval voegen zich weer lijntjes samen. Boeiend en verslavend werkje, waarvoor de uitvinding van het internet een zegen is. Fijn ding om met mijn moeder te delen in deze donkere dagen.

Met (for the time being) van Schweigman& staan we tegelijkertijd momenteel 2 weken in de Paardenkathedraal Utrecht. Kom ik er ineens achter dat de Paardenkathedraal de voormalige manege is van de oude veeartsenij-school waar mijn nooitgekende opa Albert Anthonie (vaderskant) als eerste van zijn boerenfamilie ging studeren. Bijzonder om daar de tour van deze bijzondere voorstelling min of meer af te sluiten. (Hij vestigde zijn veeartsenpraktijk vervolgens trouwens in Eefde, het plaatsje waar… Schweigman& ‘Erf’ maakte, voorstelling over voorouders!) Onze èchte (voorlopig) laatste voorstelling in Nederland is met midwinter, 20 december in de Rotterdamse Schouwburg. De laatste afdaling tot in de donkerste nacht.

Schweigman&FTTB_7636_JochemJurgens_webOndertussen heb ik door de ontwikkelingen rond mijn moeder de jaarlijkse intocht van Zwarte Klaas dit keer laten schieten. Wel was ik afgelopen dinsdag voor de 4e keer op rij openingsact van PakJeAvond, een heerlijk avondje zonder racisme in de Mezrab. Ook daar had ik het over voorouders. Voordat we onze Pieten als ‘negerpages’ aankleedden waren het immers de voorouders die met Wodan door de winterlucht raasden, net zoals de spekulaaspoppen die we eten. Enfin, dure wetenschappers willen in dat soort zaken nog wel eens kruimeltjes spekulatie ontwaren, maar in tijden waarin de traditie dringend om transformatie vraagt kunnen we er allicht inspiratie aan ontlenen. 50 generaties terug (ergens in de middeleeuwen) is iedereen immers onze voorouder, en de hele wereldbevolking, onderdrukkers en onderdrukten, kolonisten en slaven, familie.

Goeie afdaling lieve mensen, en wellicht tot in Paardenkathedraal of Rotterdamse Schouwburg!

Advertisements

bezweringen, alsnog.

dinsdag 31 oktober 2017 (samhain), 15:00 presenteer ik in de grote zaal van Het Huis Utrecht, (Boorstraat 106):

BEZWERINGEN

Zet uw telefoon uit. Haal uw laptop uit het stopcontact. Sluit alle vensters op uw innerlijke bureaublad. Kom terug in uw lichaam. Onttrek u aan het koor van meningen op sociale media. Niet zes muisklikken, maar zes fysieke handdrukken scheiden ons van de rest van de wereld. Nodig ze uit. Nodig de mensheid uit in deze ruimte. Ruimte genoeg. Laten we een diagnose stellen, een behandeltraject uitstippelen, onze kop uitzetten en dansen. In deze stem schuilt een lied dat gezongen wil worden.

Kortom: de presentatie van mijn zeer kortstondige doch roerige residentie in Het Huis Utrecht, vorige maand. Ondanks dat ik door plots ingeslagen nierstenen slechts 2,5 dag op de vloer heb doorgebracht, heeft deze tijd en het fysiek denkproces eromheen naar mijn mening genoeg opgeleverd om minstens een presentatie/experimentatie-moment eraan te wijden. Verwacht dus geen voorstelling, maar proefondervindelijk onderzoek. Voor dat onderzoek is publiek een belangrijke voorwaarde is dus voel je evengoed zeer, zeer welkom.

Wij zijn jagers en verzamelaars. Dat is 99% van onze menselijke geschiedenis, 99% van ons DNA. We leven in stammen. Er bestaat een vanzelfsprekende verbinding met de gemeenschap waarin we leven. In de 21e eeuw is ons leven meer dan ooit vervlochten met mensen en gebeurtenissen aan de andere kant van de aarde. Toch is het in de selectieve, op machteloosheid en spektakel gerichte zee van ellende die media heet steeds moeilijker om die verbinding te voelen en er een zinnige richting aan te geven. Hoe kunnen we ons onttrekken aan de reproductie van ellende in de media, zonder onze ogen te sluiten? Bezweringen probeert de problematische relatie tussen ons en de wereld te hernieuwen. Vanuit de overtuiging dat verbeelding vooraf gaat aan iedere manifestatie, wordt het gewoonlijke frame van de spectaculaire media en al haar meningen vervangen door een directe verbeeldingsrelatie met de wereld. Een jerrycan met een krant kunnen daarbij prima dienst doen als rituele drum; een driedelig pak is een voortreffelijk sjamanenkostuum; wat schilderstape, een megafoon en een loopstation doen de rest.

31 oktober is trouwens samhain, ook bekend als halloween. Zowel in de natuur, als in mijn eigen leven, als in Het Huis is de dood momenteel aanwezig. Dat zal ongetwijfeld doorklinken, kunst bestaat niet in een vacuum. Voel je vrij om iets stemmigs aan te trekken. Ik verheug me op jullie komst.

 

van gaten in klokken & hoofden

Alsof we nooit zijn weggeweest. De dag na de afgeblazen presentatie van mijn residentie in Het Huis Utrecht, omver gekegeld door een zootje nierstenen, sta ik toch weer in diezelfde zaal van Het Huis om te repeteren voor (for the time being). Zes weken is de stam uitgewaaierd over de wereld om nu weer samen te klonteren. De eerste vraag, steevast, de running gag: how’s the body? Met de antwoorden zijn we de hele ochtend zoet. En uiteindelijk gaat het altijd weer over tijd. Sommigen hebben rust gevonden, anderen zijn niet gestopt met rennen en zien nu tot hun schrik de bladeren kleuren. Sommigen hebben de Guatamalteekse aarde voelen schudden onder hun voeten, sommigen zijn krom gegroeid achter hun laptop. Allemaal relevant voor wat we doen.

Een boeiend aspekt van het werk van Boukje is dat het enerzijds zo onnoemlijk speels en persoonlijk is, anderzijds puur martiaal krijgerschap. Cultivatie van Zachtheid, maar ook zeker van Kracht. Staan we weer in onze kring, gedisciplineerd de grenzen van ons lichaam aan mootjes te beuken met een mengsel van Shaolin Kung Fu en een waaier aan andere wakkerschudders van ons fysiek-mentaal-noemmaarop-bewustzijn. Voel ik ineens dat ook ikzelf de laatste tijd toch veel in mijn laptop heb gezeten, ondanks mijn pogingen om met loopstation, jerrycan en schilderstape de vloer van Het Huis te bestormen. De zaal lijkt leeg, maar stiekem staan er toch nog allerlei venstertjes open op het buroblad van je geest. (Je zou er bijna een voorstelling van maken, over de tyrannie van onze huidige tijdsbeleving bijvoorbeeld. Oh ja… Deze week Frascati Amsterdam jongens!) Niet per se onvruchtbare venstertjes trouwens: het opinie-artikel ‘Kunstenaar, wees sjamaan‘ dat ik een deel van de eerste 2 dagen van de residentie afgeschreven heb (en tussen de nierstenen door bijgeschaafd & ingekort) is gisteren online gepubliceerd op theaterkrant.nl. Ik reageer daarin op de boeiende diskussie tussen Bregje Maatman, Lara Staal en Jaïr Stranders over het wezen van de kunst. Zo, gepubliceerd, mooi, dan kan ik nu het kruisje van dat venstertje aanklikken. Hee, eh, proberen aan te klikken. Oh ja, natuurlijk gaat het gedachtenproces weer onbekommerd verder. Hoe kom je weer terug in het nu?

Schweigman&FTTB_7769_JochemJurgens_web

Boukje gebruikt in de training vaak het martiale begrip Bin-Ji: door alle fysieke oefeningen komt gestagneerde energie vrij, datgene-wat-we-vandaag-niet-nodig-hebben, en die moet je zo nu en dan tussendoor uitschudden, het liefst een beetje aan de zijkant van de ruimte zodat je het niet naar elkaar toe smijt. Dat riep bij mij wel vragen op: waar smijten we dat dan heen, en is het daar dan wel op de goede plek? En is de rommel niet juist vaak waar wij kunstenaars onze paleizen van bouwen? Tot dus die nierstenen. Langzaam dringt het besef door dat bepaalde vervuiling echt afgevoerd wil worden, wil je tot de essentie komen. Het heeft gevoelsmatig ook te maken met alle aandacht-zuigende, zintuigen afstompende electronische vervuiling waar we aan bloot staan – bijvoorbeeld terwijl ik dit schrijf. Mentale vervuiling die je soms pas voelt als je door dit soort processen weer resoluut in je lichaam getrokken wordt. Maar waar moet die vervuiling dan heen? Moet die Bin-Ji niet, weet ik veel, op de komposthoop ofzo, om tot vruchtbare mest te transformeren? Of een soort tuinschutting van Bin-Ji, om een geborgen tuintje voor ons theaterspel te garanderen? Metaforen, spielerei, zweverigheid wellicht, maar toch dingen die me bezighouden.

Ja, en dan is de nierpijn weg en denk je dat je je lesje wel geleerd hebt. Vrijdag echter, een uur voor de voorstelling in de Groninger schouwburg waar ik 3 decennia terug als hoofdrol in het kleuterballet debuteerde (wat je krijgt als je het enige jongetje bent), verkies ik in een gestresste zoektocht naar 2 verloren wijnglazen mijn hoofd per ongeluk in een grote trommel achter een zwart gordijn te boren, met bloedgutsend voorhoofd tot gevolg. Die avond beleef ik op aandrang van de lokale toneelmeester (die geen bloed op zijn publiek wil) de voorstelling als publiek. Boeiende ervaring. Het is toch echt in zijn eenvoud een complex stuk wat we met zijn allen dragen. De volgende dag knallen we weer met zijn allen. Heerlijk gespeeld. Champagne & taart, de tour is begonnen.

Iets op mijn voorhoofd zegt me dat ik werkelijk nog iets meer tot rust mag komen, de herfst in mag laten dalen, Bin-Ji mag lozen. Enfin, de agenda zegt iets anders. Binnenkort bij u in de buurt: (for the time being), een unieke ervaring over de tyrannie van de tijd en de ontmoetingen die schuilgaan in het eindeloze land daarachter. Nog tot midwinter te zien. Binnen het theater scheppen wij een gat in de tijd. Gelijk daarbuiten rennen wij ons een gat in het hoofd. Gaat dat zien, voor het weer voorbij is!!! Haast u!!! Haast u!!!

tourlijst (for the time being): zie hier.
opinie-artikel: zie hier.
herfstlucht: zie buiten.

(als je me zoekt, ik draag een stilte door de storm.)

 

onverwachte wendingen bij seizoenswendingen

Ja, hoe zat het nu met je residentie in Het Huis Utrecht sieger, ging je die morgen niet presenteren? Nee… sorry jongens, andere keer. Op de dag van de herfstequinox, afgelopen vrijdag, werd ik in Het Huis Utrecht getroffen door nierstenen. Weer eens wat anders dan vallende sterren. Het ene moment zat ik met Cobie van Het Huis een gesprek af te ronden met ondertussen een opkomende onderrugpijn en een subtiele misselijkheid, een kwartier later wist ik niet meer waar ik het zoeken moest van de pijn. Eerst boven in de studio geprobeerd het eruit te bewegen of zingen, maar al snel terug naar de afgeladen bar (de kunstenbond was er ook) gestrompeld. Het zorgzame barpersoneel belde gelijk een nabije dokter, die het geval na lang in de wacht niet meer dan 2 paracetamolletjes waard vond en het advies om aan het eind van de middag terug te bellen als het niet beter werd. Joehoe, leve de eed van Hypocrates. Na een kwartier lag de eerste paracetamol al te glinsteren tussen mijn maaginhoud aan de binnenkant van de toiletpot, na nog een kwartier kreperen vond ik het welletjes en liet een taxi bellen naar het ziekenhuis. Paracetamol, taxi, ziekenhuis, niet de eerste woorden waar je aan denkt als je me kent, nietwaar.

(Dus die ziekenhuisdokter zegt tegen mij: mag ik iets vragen? Wat doet u voor uw beroep? Ik zeg: och, ik doe onderzoek naar het grensvlak tussen sjamanisme, politiek en performance; ik nodig via het publiek de mensheid uit en stap dan in de rol van de mensheid om collectieve ziektes te traceren en zo mogelijk op te lossen. Aha, zegt de dokter. En wat neemt u daarbij aan voorzorgen? Drinkt u daar wel voldoende bij? Wast u uw handen nadien? Goede vragen, dokter.)

Nierstenen. Pijn wordt vergeleken met barensweeën. Loslaten van opgehoopte vervuiling. Herfstequinox. Niet de tijd van manifestatie, maar van inkeer. Tijd van het offer. Tijd van loslaten. Loslaten van alle ballast die zijn doel gediend heeft, overbodig is voor de reis die de donkere winternacht invoert. Wat mag ik dan loslaten, lief lijf? Voorgaande maakprocessen? Robin, die gekozen heeft voor zijn sabbatical? Het monster der ambitie? Ongeduld? Zwakte? Wie zonder zonde is werpe de eerste niersteen. In elk geval laat ik voor nu de residentie los. Ik zou morgen in Utrecht mijn bevindingen presenteren maar ik laat in Groningen bij de huisarts mijn nieren doorlichten. Prioriteiten.

Donderdag (31 september) probeer ik fit genoeg te zijn om, ook al in Het Huis, voor (for the time being) te repeteren en diezelfde avond zo mogelijk nog dadaïstisch-rituele (klank-)poëzie te vertonen bij de Komijnen van Danibal&co (in de werfkelders van de Kargadoor Utrecht, oudegracht 36, aanvang 20:00 check de link dan kan je er voor de helft van de prijs inkomen!), en vrij- & zaterdag gaat de tour van (for the time being) van start in de Stadsschouwburg van mijn geboortestad Groningen.

Insha’allah.

Alles! Alles! Alles!

Jongens, wat is er weer een hoop aan de hand. Net terug van een vierdaags ritueel met sjamanen uit de hele wereld. Komende zaterdag 20u Concerto for Annoying & Assisting Angels met New Rituals in Splendor (Nieuwe Uilenburgerstraat 116). Zondag vanaf 14:00 draag ik voor uit de Dronken Kalender bij de bundelpresentatie van Harry van Doveren (uitg. Opwenteling), bij De Sociale Dienst, Deken van Somerenstraat 4-6 Eindhoven. Daarna mijn residentie 2e helft september in Het Huis Utrecht, presentatie woensdag 27 september 16u & 20u. En vanaf 1 oktober tot midwinter weer overal in het land met (for the time being), het grote Schweigman&-avontuur. Tussendoor nog hier en daar met ‘Parasolo‘ van Gajes onderweg, en dan ook nog mijn project van de 99 nieuwe namen voor God, ook weer met New Rituals, 21 september, 11 oktober, 2 november. En dan zeggen ze nog dat kunstenaars luie mensen zijn.

Je zou bijna vergeten dat we amper 2 weken terug een stroom lovende recensies deden losbreken met (for the time being), zie hier bijvoorbeeld. Goed, genoeg veren in de reet, aan de slag. Eind februari had ik op uitnodiging van Het Huis Utrecht Robin Block uitgenodigd om samen een residentie van twee weken aan te gaan omtrent politiek sjamanisme. Dat werd een superboeiend project (werktitel: Bezweringen) waar alle betrokkenen enthousiast van werden, dus een vervolgresidentie werd al snel gepland. Inmiddels was Robin echter op de drempel van zijn sabbatical beland en realiseerde zich dat hij niet zoals ik naar buiten wil met een nieuw project, maar nog veel verder naar binnen. Dat betekent voor nu dat ik het project voorlopig solo verder ontwikkel en dat we elkaar later wel weer gaan vinden. Eén dag van de residentie gaan we nog wel degelijk samen de diepte in.

De premisse van ‘Bezweringen’: wat moet een mens in Godsnaam met populisme & terreur? Negeren is geprobeerd, maar de ziekte blijft woekeren, jengelend als een verongelijkt kind met te drukke ouders. Als een tyrannosaurus met zachte, machteloze armpjes raast de opgeblazen keizer door de wereld, gedragen door het boze, genegeerde volk, aangevuurd door vrachtwagens met bloedsporen. Wij weten: onkruid bestaat niet, slechts spontane vegetatie wiens funktie wij nog niet kennen. Wat is de rol van de opgeblazen keizer en de terrorist binnen ons verstoorde ecosysteem? Hebben zij een verborgen medicinale funktie die gezien wil worden? Een antibioticum? Een braakmiddel? Uitgaande van de mensheid als één lichaam, één patient, of op zijn minst één gemeenschap met collectieve verantwoordelijkheid voor onze rotte appels, verricht ik dus opnieuw twee weken lang sjamanistisch onderzoek naar populisme, terrorisme & politieke bezweringen. Een antidotum voor machteloosheid, met een vleugje narrenkap.

God ik heb er zin in. Rijk wordt je er niet van allemaal, maar toch: wat een rijkdom.

gaat het toch stiekem over ons

Schweigman&FTTB_7647_JochemJurgens_webDa’s ook wat. Denk je een stuk over tijd te maken, gaat het in feite over ons. Mensen. Wat zijn wij mensen toch fascinerende wezens. Het hoort er waarschijnlijk bij: de openheid waarmee je in een maakproces zit, de vrijheid dat je niet aan een script vastzit, de nadruk op eerlijke aanwezigheid het hier & nu. Al die factoren die ons vaak zo na aan het hart liggen in de moderne ‘mime’ (dat verwarrende begrip) dragen er toe bij dat je ineens erachter komt dat het thema verschoven is. Natuurlijk, we werken met tijd in dit stuk, en de tijd werkt met ons. Maar de essentie is, dat we met ons publiek in al diens diversiteit op een afgebakend stuk vloer staan en een spel, een ervaring delen, zo eerlijk & kwetsbaar als we dat kunnen. Die ontmoeting is voor mij de kern van performance, wat bijvoorbeeld kristalhelder wordt bij ‘The Artist Is Present’ van Marina Abramovic: de vrouw die 3 maanden lang als een pilaarheilige op een stoel zit in het MoMa-museum in New York, één voor één, één op één, haar publiek op de stoel tegenover haar ontvangend, in totale aanwezigheid. Meer tot de kern als dat komt het niet. Daarom hoef ik niet per se Tsjechov te spelen in de grote zaal. Ik wil mijn publiek dichterbij. Anders kun je net zo goed de TV aanzetten. Tuurlijk, ik overdrijf.

Schweigman&FTTB_7455_JochemJurgens_webEvengoed stond ik nog nooit in een stuk waar de ontmoeting tussen performer & publiek zo direkt is. Het publiek wordt bewogen, en wij spelers worden ook nogal bewogen. Ontroering maakt zich hier en daar meester van de toeschouwer, maar soms ook een verbluffende rebellie. Soms voelt iemand terplekke geen ingang in het stuk, om ons dan dagen later te mailen dat het stuk hem bezig blijft houden. Ieder komt met zijn eigen bagage en het is aan ons om ons publiek volledig te accepteren, ook al wordt in een enkel geval ons voorstel niet geaccepteerd. Dat is heel kwetsbaar spelen. Je tentakels staan uit, je hart staat open, regelmatig is het raak. En soms sla je de plank mis en dan probeer je daar weer eerlijk en transparant in te zijn. En daarnaast fysiek intens, er zijn al 2 geblesseerden (naast Rick die door een onverwachte oogoperatie uitgeschakeld is). Sinds drie dagen kom ik de voorstelling uit met een flinke brok in mijn keel. We raken iets aan in deze voorstelling wat in al onze speelsheid verdomd fundamenteel is. We bouwen iets op met het publiek wat subliem is, koesterend, bedreigend. Afhankelijk van de sfeer buigt de weegschaal naar een wringend politiek statement ofwel totale zen. Beiden zijn goed, beiden gaan over deze tijd, beiden gaan over wie we zijn als mensheid. Grote woorden nietwaar? Ik kan er weinig anders van maken.

In het hier & nu zit ik wegens bomvolle trein illegaal in de eersteklascoupé van Den Bosch naar Utrecht, gedomineerd door twee luide, getattoeëerde, Brabantse moeders met hun even luide kinderen, waarvan niet ondenkbaar is dat zij even illegaal hier zitten. Opvallend is dat één van de kinderen geobsedeerd lijkt door het gegeven van de stiltecoupé. Ze wil voortdurend naar de stiltecoupé (wat ze niet mag, haar vermogen tot stilte wordt duidelijk niet vertrouwd) en roept dan maar hier (luidkeels) om stilte. De moeders verbreken die stilte echter zodra de kinderen hem proberen in te zetten. Dan overschreeuwen ze elkaar maar weer. Passende situatie om iets over deze dingen te proberen te schrijven. Bij het verlaten van de opvallend lege coupé ontdekken ze mijn aanwezigheid pas. ‘Die man denkt nu zeker: ik neem nooit kinderen!’ Gisteren was de première, vandaag zijn we vrij en ik ben op weg naar huis, naar vrouw & kind in het bos waar ik zo afwezig ben geweest laatste weken.

Napratend gisteravond vroeg een publiekslid, een bekende, aan me: hoe lang duurde dit stuk eigenlijk? Ik ben totaal mijn gevoel voor tijd kwijt.

Dus toch.

(foto’s door Jochem Jurgens. Meer over ‘For The Time Being‘ (tourlijst enzo) op www.schweigman.org)

ras dva wordt tik tik

Iets eigenaardigs aan theaterwerk is (zeker naar mate je wat verder van regulier texttoneel afgaat) dat een nieuw theaterprojekt vaak al snel een nieuw soort taal vergt. Neologismen en nogal specifiek gebruikte woorden worden gelanceerd, running gags sluipen erin, en voor je het weet ben je een soort van tribale stam geworden die onderling een taal spreekt en gebruiken ontwikkelt die een onschuldige missionaris tot waanzin zou drijven. En dan is straks de tour afgelopen en ontbindt de stam weer grotendeels, ieder op zoek naar diens volgende kampvuur, met diens volgende taal. Zo ook bij ons: we waren nog amper een week bezig of we hoorden al zinnen uit onze monden komen waarin Russische telwoorden (met dank aan Vitali, onze Russische percussionist met het lichaam van een danser) en ritmische aanduidingen elkaar afwisselen en iedereen het nog net begrijpt allemaal. “Ok, dus ras dva wordt tik tik.”
171012-13_Schweigman-Slagwerk-Den-Haag_For-The-Time-Being_foto-Pieter-Kers
Gelukkig hoeft het publiek onze taal niet te begrijpen. We spreken immers niet in het stuk. Wel daarbuiten: met name de eerste dag hebben we volop gepraat over tijd, over wat er aan de hand is met de tijd in onze tijd & cultuur. Is er minder tijd? Moeten we ons behalve over de opwarming van de aarde ook zorgen maken over de versnelling van de aarde? Of is het meer een fenomeen van gelijktijdigheid: een continuë kluwe van informatie- en communicatiestromen die parallel aan elkaar de aandacht vragen, en vooral continu dóórgaat. En de vraag of verschillende generaties daar verschillend instaan. De twintigers in onze groep (de digital natives) leken er grappig genoeg niet heel verschillend in te staan vergeleken met degenen die de opkomst van internet & mobieltje bewust hebben meegemaakt. Verhalen over jongere kinderen waren ambivalenter: extreem snel verveeld door gewenning aan het impuls-bombardement, of extreem vaardig in het kanaliseren en zo nodig afsluiten van die verschillende stromen. Er is evengoed iets aan die informatiestroom wat nogal totalitair aanvoelt. De aandachtsvraag vanuit onze apparaten, 24 uur per dag. Mensen die blindelings verwachten dat een gisteren verstuurd mailtje vandaag gelezen en liefst beantwoord is. Een constante modus van vechten-of-vluchten, van actie. In oosterse termen: volop yang (uitwaarts, actie, vuur, licht), maar geen yin (inwaarts, stilte, aarde, donker) om het te ondersteunen. Geen wonder dat mensen massaal opbranden.

Zijn er gaten mogelijk in die diktatuur? Toen ik klein was vertelde mijn grootvader dat als hij bijeen was met zijn studentenvrienden, het gewoonte was om een doekje over de klok te hangen. De denker Hakim Bey heeft het over Tijdelijke Autonome Zones (TAZ), die sinds de opkomst van onderdrukkende stedelijke maatschappijen (Babylon etc.) altijd bestaan hebben maar steeds verder ingeperkt zijn: ruimtelijk door het verdwijnen van witte plekken op de kaart (terra incognita), en in tijd door de opkomst van kalenders en uurwerken en het gestaag verdwijnen van witte plekken daarin. Zondagsrust is daarin interessant: achterhaald onderdrukkend religieus fossiel, of laatste bastion tegen de 24uurs-economie? De Romeinse kalender had aanvankelijk niet eens wintermaanden: de kalender was immers een hulpmiddel bij de landbouw, die stillag in de winter. Verder waren er talloze festivals in het jaar waarin de tijd uitgeschakeld werd. Ook toen men wintermaanden begon te tellen bleef er rond midwinter een wild narrenfestival bestaan ter ere van de landbouwgod Saturnus, waarin de aardse wetten tijdelijk opgeheven waren en de wereldlijke en religieuze hierarchieën werden omgedraaid (een beetje zoals Sinterklaas). Meesters bedienden hun slaven en er werd een narrenkoning gekozen. De aanbidding van kloktijd in het westen heeft menige niet-westerling verbaasd. Tot de introductie van het treinnetwerk had niet alleen iedere stad, maar ook ieder persoon die zich een horloge kon veroorloven zijn eigen tijd. Zoals Bey ergens schrijft: “every man, woman and child its own timezone!”

In zekere zin is ieder theaterstuk een soort gat in de tijd: een afgebakende ruimte waarin het publiek de telefoon uitzet en zich overgeeft aan een gedeelde ervaring met performers & theatrale situaties. Een ruimte waarin de constante modus van vechten-of-vluchten even mag wijken voor aandacht, vertraging, het scherpen van de ervaring, de zintuigen, de geest. In (for the time being) drijven we dat tot zijn ultieme consequentie. Hoe? Nou ja, ras dva wordt tik tik, weetjewel. Oftewel: zet je scherm uit en kom vanaf volgende week naar festival Boulevard of naar een theater bij jou in de buurt. Ervaren.
dak